lijsttrekker
Uiterlijk
- lijst·trek·ker
- samenstelling van lijst en trekker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lijsttrekker | lijsttrekkers |
| verkleinwoord | lijsttrekkertje | lijsttrekkertjes |
de lijsttrekker m
- (politiek) iemand op de eerste plaats staat van de kandidatenlijst van een partij in een verkiezing
- De lijsttrekker van een partij is gewoonlijk ook de nieuwe fractievoorzitter.
- ▸ Met Terlouw als lijsttrekker herstelde D66 zich en ging de partij in 1977 van zes naar acht zetels. In een tijd van onverzoenlijke tegenstellingen tussen links en rechts voerde ideale schoonzoon Terlouw met succes campagne.[1]
1. iemand op de eerste plaats staat van de kandidatenlijst van een partij in een verkiezing
- Het woord lijsttrekker staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lijsttrekker" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron Dik Verkuil“Het vertrouwen van Jan Terlouw was zijn kracht en zijn zwakte” (16 mei 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be