fractievoorzitter
Uiterlijk
- frac·tie·voor·zit·ter
- samenstelling van fractie zn en voorzitter zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | fractievoorzitter | fractievoorzitters |
| verkleinwoord | fractievoorzittertje | fractievoorzittertjes |
de fractievoorzitter m
- (politiek) de voorzitter van een fractie van een politieke partij in het parlement.
- De lijsttrekker werd na de verkiezingen de fractievoorzitter.
- ▸ In het Tweede Kamerdebat over de Voorjaarsnota heeft PVV-leider Wilders in een discussie over de koopkracht VVD-fractievoorzitter Hermans "de tassendrager van de heer Rutte" genoemd. De opmerking leidde tot emotie bij Hermans en verontwaardiging bij andere fractievoorzitters.[1]
- Het woord fractievoorzitter staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “VVD-fractievoorzitter Hermans geraakt door 'tassendrager' van Wilders” (15 juni 2022), NOS