lijstaanvoerder

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijst·aan·voer·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lijstaanvoerder lijstaanvoerders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lijstaanvoerder m

  1. (politiek) iemand op de eerste plaats staat van de kandidatenlijst van een partij in een verkiezing
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid