lies

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lies
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘plooi tussen onderlijf en bovenbeen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1351 [1]
  • In de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1146 [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord lies liezen
verkleinwoord liesje liesjes

Zelfstandig naamwoord

lies v/m

  1. (anatomie) gedeelte van de buikstreek die met de liesplooi de grens vormt tussen onderlichaam en dij
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen