lep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lep

Werkwoord

vervoeging van
leppen

lep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leppen
    • Ik lep. 
  2. gebiedende wijs van leppen
    • Lep! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leppen
    • Lep je? 


Pools

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

lep monbezield

  1. vliegenstrip; strip om op te hangen, met een stof die kleeft die dodelijk is voor insecten
Verwante begrippen

Meer informatie


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • lep

Zelfstandig naamwoord

lep monbezield

  1. (spreektaal) lijm
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Meer informatie

Verwijzingen

Werkwoord

lep

  1. informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord lepit