lair

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • lair
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse woord "leger".
vervoeging
onbepaalde wijs to lair
he/she/it lairs
verleden tijd laired
voltooid
deelwoord
laired
onvoltooid
deelwoord
lairing
gebiedende wijs lair

Werkwoord

lair

  1. (overgankelijk) camperen, kamperen


enkelvoud meervoud
lair lairs

Zelfstandig naamwoord

lair

  1. grot
  2. hol
  3. krocht
  4. schuilhoek
  5. schuilplaaats
  6. sluiphoek
  7. kamp
  8. (dierkunde) hol, nest, schuilhoek, schuilplaaats (van een wild dier, b.v. beer, leeuw, krokodil, vos)
Afgeleide begrippen