lærer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • læ·rer
Naar frequentie 832

Werkwoord

lærer

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lære

Zelfstandig naamwoord

lærer

  1. nominatief onbepaald gemeenschappelijk geslacht meervoud van lære



Noors

En lærer
Een leraar
Uitspraak
Woordafbreking
  • læ·rer
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 904

Werkwoord

lærer

  1. tegenwoordige tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van lære

Zelfstandig naamwoord

lærer

  1. nominatief onbepaald mannelijk meervoud van lære

lærer

  1. nominatief onbepaald vrouwelijk meervoud van lære

lærer

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van lære
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   lærer     læreren     lærere     lærerne  
genitief   lærers     lærerens     læreres     lærernes  

Zelfstandig naamwoord

lærer, m

  1. (beroep) leraar (mannelijke vorm)
    «Lærer er en betegnelse på en person som har faglig og pedagogisk utdannelse for å undervise barn, unge og voksne i en skole eller en annen utdannelsesinstitusjon.»
    Leraar is een term voor een persoon met een technische en pedagogische opleiding die kinderen, jeugdigen en volwassenen op een school of in een andere onderwijsinrichting onderwijst.
  2. iemand die een geloof of een dwaalleer verkondigt
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • læ·rer

Zelfstandig naamwoord #1

Zelfstandig naamwoord

lærer

  1. genitief bepaald vrouwelijk enkelvoud van lære

Zelfstandig naamwoord #2

Zelfstandig naamwoord

lærer

  1. genitief bepaald vrouwelijk enkelvoud van lære
Schrijfwijzen