kwetsbaarheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kwets·baar·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kwetsbaarheid kwetsbaarheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kwetsbaarheid v

  1. de zwakke, kwetsbare plek van iets of iemand
    • Zijn kinderen zijn zijn enige kwetsbaarheid. 
  2. het breekbaar zijn
    • Haar komische timing is waanzinnig, de kwetsbaarheid die ze eronder legt is zo mogelijk nog indrukwekkender. Haar koningin Anne is als de film zelf: verschrikkelijk grappig en oneindig tragisch. Wereldvreemd, en daarmee juist zo menselijk. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen