gevoeligheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·voe·lig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gevoeligheid gevoeligheden
verkleinwoord gevoeligheidje gevoeligheidjes

Zelfstandig naamwoord

gevoeligheid v

  1. een aandoenlijkheid
    • Hij heeft een ziekelijke gevoeligheid voor kou gehad. 
  2. de nauwkeurigheid van instrumenten
    • De gevoeligheid van die meter is groot. 
  3. de lichtgevoeligheid van een film
    • Die film had veel last van gevoeligheid. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie