krullen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krul·len
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

krullen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
krullen
krulde
gekruld
zwak -d volledig
  1. (haar) spiraalvormig maken
    • Zij krulde haar haar met een krultang. 

Zelfstandig naamwoord

krullen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord krul

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be