kruiden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krui·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kruiden
kruidde
gekruid
zwak -d volledig

Werkwoord

kruiden

  1. (kookkunst) specerij bij een gerecht doen
    • Zij kruidde het vlees voor het bakken. 
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
kruien

kruiden

  1. meervoud verleden tijd van kruien
    • Wij kruiden. 
    • Jullie kruiden. 
    • Zij kruiden. 

Zelfstandig naamwoord

kruiden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord kruid
     Ik scheurde het pakje open, deed de kruiden over de droge mie en begon te knagen.[1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be