gekruid
Uiterlijk
- ge·kruid
| vervoeging van: | kruiden… |
| verbogen vorm: | gekruide |
gekruid
- voltooid deelwoord van kruiden
- vormt de lijdende vorm
- De saus moest nog gekruid worden.
- vormt de voltooide tijden
- Hij had het lekker gekruid.
- attributief gebruikt
- Het sterk gekruide gerecht kon hem niet bekoren.
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | gekruid | gekruider | gekruidst |
| verbogen | gekruide | gekruidere | gekruidste |
| partitief | gekruids | gekruiders | - |
gekruid
- (kookkunst) met keukenkruiden behandeld ter verhoging van de smaak
| vervoeging van: | kruien… |
| verbogen vorm: | gekruide |
gekruid
- voltooid deelwoord van kruien
- vormt de lijdende vorm
- Zijn koffers werden van het perron gekruid.
- vormt de voltooide tijden
- Vroeger zouden ze zijn koffers gekruid hebben.
- attributief gebruikt
- Gekruide koffers waren vroeger heel gewoon.
- attributief gebruikt (ergatieve betekenis)
- Het gekruide ijs trok veel bekijks.
- gekrooien (minder gebruikelijk)
- Het woord gekruid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gekruid" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Voltooid deelwoord met ge- (zonder extra -d)
- Voltooid deelwoord met ge- -d
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Kookkunst in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %