krommer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krom·mer

Bijvoeglijk naamwoord

krommer

  1. onverbogen vorm van de vergrotende trap van krom

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.