koekoeksklok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Koekoeksklok

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koe·koeks·klok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord koekoeksklok koekoeksklokken
verkleinwoord koekoeksklokje koekoeksklokjes

Zelfstandig naamwoord

koekoeksklok v/m

  1. een type klok die het geluid van de koekoek als uursignaal heeft
    • De koekoeksklok is een erfstuk van mijn opa. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be