kluis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een kluis.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kluis
enkelvoud meervoud
naamwoord kluis kluizen
verkleinwoord kluisje kluisjes

Zelfstandig naamwoord

kluis v/m

  1. een tegen inbraak en brand beveiligde kist of kast
    Sieraden bewaart men vaak in een kluis.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.