klomp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
[1] Klompen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klomp
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kluit, klont’ voor het eerst aangetroffen in 1377 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord klomp klompen
verkleinwoord klompje klompjes

Zelfstandig naamwoord

klomp m

  1. (schoeisel) schoeisel van hout, eventueel in combinatie met leer
    • In het buitenland is het beeld van een Nederlander op klompen nog niet helemaal verdwenen. 
  2. een vrij vormeloze hoeveelheid materiaal
    • Hij deed er een klompje boter op. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen