motte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mot·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord motte mottes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

motte v / m

  1. kunstmatig aangelegde aarden heuvel (waarop een kasteel werd gebouwd)
Synoniemen
  • mote (verouderde uitspraakvariant)
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
motten

motte

  1. enkelvoud verleden tijd van motten
    • Ik motte. 
    • Jij motte. 
    • Hij, zij, het motte. 
  2. aanvoegende wijs van motten

Gangbaarheid

26 % van de Nederlanders;
32 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

motte v

  1. kluit
  2. (spreektaal) venusheuvel [1]

Verwijzingen