tresko

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • tre·sko
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tresko m

  1. (kleding) klomp
  2. (kleding) clog
  3. (in de uitdrukking): tripp - trapp - tresko, gebruikt om het verschil in omvang tussen de drie mensen of dingen te illustreren.
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tresko     treskoen     tresko     treskoene
treskoa  
genitief   treskos     treskoens     treskos     treskoenes
treskoas  



Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • tre·sko
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

tresko m

  1. (kleding) klomp
  2. (kleding) clog
  3. (in de uitdrukking): tripp - trapp - tresko, gebruikt om het verschil in omvang tussen de drie mensen of dingen te illustreren.
Verbuiging
m enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   tresko     treskoen     treskor,
tresko  
  treskorne,
treskoa  
genitief                
bijvorm enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief               treskoi  
genitief