klif

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klif
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘steile bodemverheffing’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1476 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord klif kliffen
verkleinwoord klifje klifjes

Zelfstandig naamwoord

klif o (volgens woordenlijst en Van Dale) / (volgens Van Dale ook: m)

  1. (geologie) steile hoge rots
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Pools

Zelfstandig naamwoord

klif

  1. klif o


Sloveens

Zelfstandig naamwoord

klif

  1. klif o