kinderjaren
Uiterlijk
- Geluid: kinderjaren (hulp, bestand)
- IPA: / ˈkɪndərˌjarə(n) / (4 lettergrepen)
- kin·der·ja·ren
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kinderjaar | kinderjaren |
| verkleinwoord | - | - |
- de periode waarin men nog kind is
- de periode waarin iets aan het begin van een ontwikkeling staat
- Driehonderd vrijwilligers hebben handmatig in vijf jaar vijfduizend ‘couranten’ uit de zeventiende eeuw getranscribeerd. Het leverde taalkundig projectleider Nicoline van der Sijs een schatkist aan materiaal op over de kinderjaren van de krant.[2]
de kinderjaren mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kinderjaar
- Het woord kinderjaren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kinderjaren" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ www.nrc.nl (26 nov 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -er- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %