kinderjaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·ja·ren
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - kinderjaren
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kinderjaren mv [1]

  1. de periode waarin men nog kind is
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen