Naar inhoud springen

kindertijd

Uit WikiWoordenboek
  • kin·der·tijd
enkelvoud meervoud
naamwoord kindertijd kindertijden
verkleinwoord - -

dekindertijdm

  1. periode waarin men de leeftijd van een kind heeft
     Ze had haar kindertijd tenslotte in Dresden doorgebracht.[1]
     Beleefde ze vroeger, vóór haar achttiende, ook al zulke junimaanden? We overgieten onze kindertijd vaak met zonlicht, maar zo herinnert ze zich die jaren niet.[2]
     Jaloezie, meende hij, ging niet samen met echte liefde, en kon zelfs het aangaan van 'gewone' sociale relaties in de weg staan É Alle reden dus om die kwalijke toestand al in de kindertijd uit te roeien.[3]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  2. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  3. Lynn Berger
    “De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be