kindertijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kin·der·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kindertijd kindertijden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kindertijd m

  1. periode waarin men de leeftijd van een kind heeft
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie