kindertijd
Uiterlijk
- Geluid: kindertijd (hulp, bestand)
- kin·der·tijd
- samenstelling van kind en tijd met het invoegsel -er-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kindertijd | kindertijden |
| verkleinwoord | - | - |
de kindertijd m
- periode waarin men de leeftijd van een kind heeft
- ▸ Ze had haar kindertijd tenslotte in Dresden doorgebracht.[1]
- ▸ Beleefde ze vroeger, vóór haar achttiende, ook al zulke junimaanden? We overgieten onze kindertijd vaak met zonlicht, maar zo herinnert ze zich die jaren niet.[2]
- ▸ Jaloezie, meende hij, ging niet samen met echte liefde, en kon zelfs het aangaan van 'gewone' sociale relaties in de weg staan É Alle reden dus om die kwalijke toestand al in de kindertijd uit te roeien.[3]
- Het woord kindertijd staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kindertijd" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044625691 - ↑ Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024586332 - ↑ Lynn Berger“De tweede: over het zijn en krijgen van een tweede kind” (2021), De Correspondent, ISBN 9789082821697
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be