kerkbank

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kerk·bank
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kerkbank kerkbanken
verkleinwoord kerkbankje kerkbankjes

Zelfstandig naamwoord

kerkbank v/m

  1. (religie) een bank in een kerkgebouw waarop een dienst kan worden bijgewoond
    • Wat gaat er na de sluiting van de kerk met de kerkbanken gebeuren? 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be