kastaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kas·taar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kastaar kastaars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

kastaar m

  1. een hele kerel
    • En ‘Batman’?: „Op dat project stond voor mij in grote letters ‘niet doen’ geschreven. Er bestaat die geweldige Batman-trilogie van Christopher Nolan, hoe kun je daar iets aan toevoegen? Je moet ne kastaar zijn om daar straffere cinema tegenover te zetten. Had ik het aanvaard, dan zat ik bovendien vast aan de twee vervolgfilms. Stel dat ik mij na twee weken opnames ongelukkig had gevoeld, dan moest ik nog drie jaar. [1] 
  2. kleine kind
    • Op Youtube circuleert nu ook een versie van twee zussen, ik schat vier of vijf jaar oud, die hun eigen Leddigoow brengen. De ene in pyjama, de andere in een prinsessenkleed met pofmouwen. Allebei een veel te grote hoofdtelefoon op hun bol, een microfoon voor de neus en dan vol ertegenaan. Ze beginnen voorzichtig, maar winnen maat na maat aan zelfvertrouwen. Van de tekst valt niets te maken, maar hun mimiek en hun overgave is ongelofelijk. En ik geef het niet graag toe, maar eigenlijk doen deze twee kastaars het nog beter dan de mijne. [2] 
  3. een Belgisch bier van hoge gisting
Synoniemen

Gangbaarheid

21 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Sabeth Snijders 25 maart 2015 Van gewond beest tot romantische held
  2. De Standaard 26 MAART 2014 Peter De Lobel Leddigooow!
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be