kampioen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kam·pi·oen
enkelvoud meervoud
naamwoord kampioen kampioenen
verkleinwoord kampioentje kampioentjes

Zelfstandig naamwoord

kampioen m

  1. (sport) de winnaar van een kampioenschap
    Wij zijn de kampioenen!
  2. voorvechter
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie