Naar inhoud springen

kaartje

Uit WikiWoordenboek
  • [A] kaart·je
  • [B] kaar·tje
  • [A] afgeleid van  kaart zn  met het achtervoegsel -je
  • [B] afgeleid van  kaar zn  met het achtervoegsel -tje
[A 2] enkelvoud meervoud
naamwoord (kaart) * (kaarten) *
verkleinwoord kaartje kaartjes

[A]hetkaartjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaart
     Zet je vertrekdatum alvast in je agenda en stuur me een kaartje als je onderweg bent, zo kan ik ook een beetje van jouw avontuur meegenieten.[1]
  2. papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
  • [2] In de betekenis "bewijs van toegang of deelname" is dit verkleinwoord de gangbare vorm.

[B]hetkaartjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaar
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be