kaartje
Uiterlijk
- [A] kaart·je
- [B] kaar·tje
- [A] afgeleid van kaart zn met het achtervoegsel -je
- [B] afgeleid van kaar zn met het achtervoegsel -tje
| [A 2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (kaart) * | (kaarten) * |
| verkleinwoord | kaartje | kaartjes |
[A] het kaartje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaart
- ▸ Zet je vertrekdatum alvast in je agenda en stuur me een kaartje als je onderweg bent, zo kan ik ook een beetje van jouw avontuur meegenieten.[1]
- papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
- [2] In de betekenis "bewijs van toegang of deelname" is dit verkleinwoord de gangbare vorm.
- [2] ticket
1. verkleinwoord van kaart
2. papier(tje) of digitaal document als bewijs dat je ergens recht op hebt, zoals toegang of deelname
[B] het kaartje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord kaar
- Het woord kaartje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kaartje" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Achtervoegsel -tje in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %