joint

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • joint
enkelvoud meervoud
naamwoord joint joints
verkleinwoord jointje jointjes

Zelfstandig naamwoord

joint m

  1. met hasjiesj of marihuana gevulde sigaret
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie