inzichtelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·zich·te·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van inzicht met het achtervoegsel -lijk en met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen inzichtelijk inzichtelijker inzichtelijkst
verbogen inzichtelijke inzichtelijkere inzichtelijkste
partitief inzichtelijks inzichtelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

inzichtelijk

  1. inzicht gevend of vereisend
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.