Naar inhoud springen

inzien

Uit WikiWoordenboek
  • in·zien
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inzien
zag in
ingezien
klasse 5

onregelmatig

volledig

inzien

  1. overgankelijk documenten (vluchtig) lezen
    • Ik moet het jaarverslag ook nog inzien. 
  2. overgankelijk begrijpen hoe iets werkt
     Ik ben gaan inzien dat hij moet weten waar hij staat.[1]
     Pas tijdens het lopen van de Camino ging ik inzien dat ik me nooit écht voor Emil heb geïnteresseerd.[2]
    • Ik zie wel in dat dit anders moet, maar hoe weet ik niet. 
enkelvoud meervoud
naamwoord inzien
verkleinwoord

hetinzieno

  1. inzicht
  • bij nader inzien
nadat men iets beter bekeken heeft, nadat men er beter over heeft nagedacht
  Niet iedereen trok net zo zwaar bepakt als ik de bergen over. Steeds vaker zag ik mensen met opvallend kleine rugzakken langslopen, die net als ik eten, drinken, tent en kleding nodig hadden. Bij nader inzien bleken zij vaak ook geen gasstel of pan bij zich te hebben. [3] 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Jessie Burton
    “De bekentenis” (2020), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586295
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  3. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be