inzien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·zien
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
inzien
zag in
ingezien
klasse 5

onregelmatig

volledig

Werkwoord

inzien

  1. overgankelijk documenten (vluchtig) lezen
    • Ik moet het jaarverslag ook nog inzien. 
  2. overgankelijk begrijpen hoe iets werkt
    • Ik zie wel in dat dit anders moet, maar hoe weet ik niet. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.