illegaal

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • il·le·gaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord illegaal illegalen
verkleinwoord illegaaltje illegaaltjes

Zelfstandig naamwoord

illegaal m

  1. een buitenlander die zonder werk- en verblijfsvergunning in een land verblijft
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen illegaal illegaler illegaalst
verbogen illegale illegalere illegaalste
partitief illegaals illegalers -

Bijvoeglijk naamwoord

illegaal [3]

  1. in weerwil van de wet, onwettig
    De illegale handel in verdovende middelen is al vele jaren een groot probleem.
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal