onwettig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·wet·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onwettig onwettiger onwettigst
verbogen onwettige onwettigere onwettigste
partitief onwettigs onwettigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onwettig

  1. in strijd met de wet
    • Dat is een onwettige handeling. 
  2. buiten het huwelijk geboren
    • De koning had alleen maar onwettige kinderen en daardoor ontstond er bij zijn dood een strijd om de opvolging. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

stellend attributief
onwettig onwettige

Bijvoeglijk naamwoord

onwettig

  1. onwettig