onwettig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·wet·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van wettig met het voorvoegsel on-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onwettig onwettiger onwettigst
verbogen onwettige onwettigere onwettigste
partitief onwettigs onwettigers -

Bijvoeglijk naamwoord

onwettig

  1. in strijd met de wet
    • Dat is een onwettige handeling. 
  2. buiten het huwelijk geboren
    • De koning had alleen maar onwettige kinderen en daardoor ontstond er bij zijn dood een strijd om de opvolging. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

stellend attributief
onwettig onwettige

Bijvoeglijk naamwoord

onwettig

  1. onwettig