ijsgang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

ijsgang op een riviers
Uitspraak
Woordafbreking
  • ijs·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ijsgang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ijsgang m [1]

  1. bewegend ijs op waterwegen
    • In Heumen lijkt iets anders te zijn gebeurd. De sluis daar wordt maar zelden gesloten - alleen voor onderhoud, bij ijsgang op de Maas en bij calamiteiten, zoals op 29 december. Het afsluiten van deze sluis maakt geen deel uit van de reguliere sluisbediening van Rijkswaterstaat en heeft volgens voormalig hoofd technische dienst Van Oostveen veel voeten in de aarde. „De ebdeuren, die dichtgaan als het water heel laag staat, moeten handmatig worden gesloten. Daar heb je een lier voor nodig, of mogelijk een sleepboot.”[2] 
    • Op de watertaxi van schipper Ger de Waard is het spitsuur geworden, terug richting de parkeergarage. Drie boten varen af en aan. 'Alleen bij dichte mist en ijsgang kunnen we niet varen, omdat we geen radar hebben', zegt hij. 'Dan gooi ik 's ochtends vroeg een sms-bom uit om iedereen te waarschuwen. Als er 's middags plotseling dichte mist is, regelen we busjes.'[3]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Milo van Bokkum 6 januari 2017
  3. Volkskrant BART DIRKS 27 februari 2014,