horror

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hor·ror
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord horror -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

horror m

  1. (filmkunst), (letterkunde) genre gekenmerkt door angstaanjagende verhalen en effecten
  2. afkeer van iets angstaanjagends
  3. iets die afkeer oproept, verschrikkelijk is
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·rror
enkelvoud meervoud
horror horrores

Zelfstandig naamwoord

horror m

  1. verschrikking, ontzetting
  2. afschuw, afgrijzen
Verwante begrippen
Synoniemen

Verwijzingen