harsens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • harsens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord harsens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

harsens mv

  1. hersenen
    • De Schotse SOPA kreeg berichten binnen als deze: 'Stop met wat jullie aan het doen zijn. NU. Jullie wetten zijn stom!! Wij houden van entertainment (...) Waarom kunnen jullie dikke fuck Amerikanen dat niet in jullie botte harsens knopen?!' [1] 
  2. hoofd
    • Ik heb de kans gehad om het de Duitsers vierkant terug te betalen en bommen op hun harsens te gooien. De woede heb ik eruit gevochten. [2] 
    • Voor de moeder was het wel een zware bevalling. Haar zoon is al een flinke knul. „Het ezeltje heeft geen hoofd maar een harsens".[3] 
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • zijn harsens houden
niet meer spreken; zijn kop houden
  • een bord voor zijn harsens houden
iets niet kunnen begrijpen
  • iets uit je botte harsens laten
niet durven iets te ondernemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Het Parool THOMAS VAN DER KOLK 24 JANUARI 2012 Boze internetters pakken de verkeerde SOPA aan
  2. De Standaard 30 SEPTEMBER 2007 OM 00:00 UUR | Steven De Bock 'Soldaat van Oranje' sterft in zijn slaap
  3. Reformatorisch Dagblad 08-04-2009 Oma, moeder en kleinkind ezel op Delftse boerderij