halve

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: -halve
Woordafbreking
  • hal·ve
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

halve

  1. verbogen vorm van de stellende trap van half
     Ik had de keuze om 10 kilometer terug te lopen naar een plek waarvan ik zeker wist dat er water was of 8 kilometer door te lopen naar het eerstvolgende beekje, dat echter ook opgedroogd zou kunnen zijn. Ik ging er even voor zitten, ik was moe en had nog maar een halve fles water over, dit was geen moment om een foute beslissing te nemen.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. halve op website: Etymologiebank.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Noors

Woordafbreking
  • hal·ve
Naar frequentie 2215

Bijvoeglijk naamwoord

halve, m / v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van halv

halve, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van halv


Nynorsk

Woordafbreking
  • hal·ve

Bijvoeglijk naamwoord

halve, m /v / o

  1. bepaalde vorm enkelvoud van de stellende trap van halv

halve, mv

  1. onbepaalde en bepaalde vorm meervoud van de stellende trap van halv