derhalve

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • der·hal·ve
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bijwoord van hoedanigheid: op die grond’ voor het eerst aangetroffen in 1524 [1]
  • Afgeleid van der met het achtervoegsel -halve

Bijwoord

derhalve

  1. waaruit blijkt dat, om deze reden, dus, daarom
    • Het boek van de Nijmeegse filosoof René ten Bos dat vorige week vrijdag de Socratesbeker 2016 won, heet Bureaucratie is een inktvis. Bureaucraten worden derhalve door hem ‘inktschijters’ genoemd: onmisbaar als de stoelgang, maar door niemand geliefd.[2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen