halfvol

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • half·vol
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen halfvol
verbogen halfvolle
partitief halfvols

Bijvoeglijk naamwoord

halfvol

  1. voor de helft gevuld
  2. ~le melk; melk waar ongeveer de helft van de vetten uit verwijderd is
    • Marie giet altijd halfvolle melk bij haar ontbijtgranen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie