grondvorm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • grond·vorm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord grondvorm grondvormen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

grondvorm m [1]

  1. de vorm van iets zonder detaillering
    • De bungalow voor de familie Zwijnenberg, een bekende makelaar in Enschede, bevat alle kenmerken van de typische bouwstijl van Zantinge, zoals de gele bakstenen, de gebogen Romeinse dakpannen en een binnentuin met veel privacy. De grondvorm en de vierkante structuur van de woonfunctie werden al in de oudheid bij patiowoningen gebruikt en komen overeen met die van een oude boerderij uit Zuid-Limburg. [2] 
  2. de originele vorm waaruit zich later nieuwe vormen hebben ontwikkeld
    • Je ziet ze veel tegenwoordig: boerderettes, of woonhuizen in de stijl van een boerderij of Saksische schuur. Ze staan meestal op de plek van oudere boerderijen. De regelgeving op het platteland laat ook niet veel andere opties open. Wie wil bouwen in het landschap, moet zich houden aan de grondvorm van het aloude boerenhuis. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen