basisvorm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

basisvorm van een boerderette
Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis·vorm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basisvorm basisvormen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

basisvorm m

  1. meest simpele uitvoering van een vorm zonder enige versiering of variatie
    • Roeland, een verwoed vogelaar, bracht de eenden op doek terug tot driehoeken, cirkels en andere basisvormen. Vooral in reproductie doet zijn werk soms denken aan dat van Dick Bruna. Maar oog in oog met zijn doeken verdwijnt die associatie. Vooral door de kleuren en de verfhuid, die zijn doeken tegelijk een zekere melancholie en lichtheid bezorgen. Martita Slewe spreekt van „een tragische schoonheid” en wijst op de verwantschap met de gedichten van K.Schippers. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Arjen Ribbens 8 november 2016