basisvorm
Uiterlijk

- ba·sis·vorm
- samenstelling van basis en vorm
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | basisvorm | basisvormen |
| verkleinwoord | basisvormpje | basisvormpjes |
de basisvorm m
- meest simpele uitvoering van een vorm zonder enige versiering of variatie
- Roeland, een verwoed vogelaar, bracht de eenden op doek terug tot driehoeken, cirkels en andere basisvormen. Vooral in reproductie doet zijn werk soms denken aan dat van Dick Bruna. Maar oog in oog met zijn doeken verdwijnt die associatie. Vooral door de kleuren en de verfhuid, die zijn doeken tegelijk een zekere melancholie en lichtheid bezorgen. Martita Slewe spreekt van „een tragische schoonheid” en wijst op de verwantschap met de gedichten van K.Schippers. [1]
- Het woord basisvorm staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "basisvorm" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ NRC Arjen Ribbens 8 november 2016
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %