griet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • griet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1567 [1]
  • In de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord griet grieten
verkleinwoord grietje grietjes

Zelfstandig naamwoord

griet v

  1. (pejoratief), (informeel) jonge vrouw, meisje
    • Wat een aardig grietje is ze aan het worden. 
  2. (vogels) Limosa limosa op Wikispecies grutto
  3. (vissen) Scophthalmus rhombus op Wikispecies een straalvinnige vis uit de familie van tarbotachtigen Scophthalmidae op Wikispecies
    • De griet is een platvis die voorkomt in gematigde wateren. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen