goedheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • goed·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van goed met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord goedheid goedheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

goedheid v

  1. de hoedanigheid van het goed zijn
    De innerlijke goedheid van de mens.
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen