gigantisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gi·gan·tisch
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘reusachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1944 [1]
  • afgeleid van gigant met het achtervoegsel -isch [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gigantisch gigantischer
verbogen gigantische gigantischere
partitief gigantisch gigantischers -

Bijvoeglijk naamwoord

gigantisch

  1. uizonderlijke groot
    • Er kwam een gigantische vloedgolf die alles wegspoelde. 
    • In Schalkhaar durfde de organisatie het paasvuur niet aan te steken vanwege de droogte. Daarom is een gigantisch openluchtscherm opgesteld met daarop een film van het paasvuur. ,,Het is een mooie stunt en laat zien dat wij niet bij de pakken gaan neerzitten.’’ [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen