immense

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·men·se

Bijvoeglijk naamwoord

immense

  1. verbogen vorm van de stellende trap van immens
     Veilig de berg af, veilig de berg af, spookte constant door mijn hoofd. Halverwege kwam ons een Park Ranger tegemoet. Ik voelde een immense opluchting aangezien ik dacht dat we nu veilig waren.[1]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia


Engels

Uitspraak

Bijvoeglijk naamwoord

immense

  1. immens
Synoniemen
  1. enormous, gigantic, huge


Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • im·men·se

Bijvoeglijk naamwoord

immense

  1. vrouwelijk meervoud van immenso