gewennen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wen·nen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
gewennen
gewende
gewend
zwak -d volledig

Werkwoord

gewennen

  1. (formeel) gewoon worden, vertrouwd raken, zich thuis gaan voelen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen