gewend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wend
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van gewennen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
  • vervoeging van wenden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt
  • vervoeging van wennen: de stam met omvoegsel ge- -d [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewend gewender gewendst
verbogen gewende gewendere gewendste
partitief gewends gewenders -

Bijvoeglijk naamwoord

gewend [2] [3]

  1. door voortdurende ervaring vertrouwd [4]
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Jong gewend, oud gedaan
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: wennen…
geen verbogen vorm

gewend

  1. voltooid deelwoord van wennen

Werkwoord

vervoeging van: wenden…
geen verbogen vorm

gewend

  1. voltooid deelwoord van wenden

Werkwoord

vervoeging van: gewennen…
geen verbogen vorm

gewend

  1. voltooid deelwoord van gewennen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

  • gewend
  • gewend

Werkwoord

vervoeging van: gee
verbogen vorm: gewende

gewend

  1. onvoltooid deelwoord van gee
stellend vergrotend overtreffend
gewend
gewende
- -

gewend

  1. gewend