gewend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·wend
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van gewennen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel
  • vervoeging van wenden: de stam met omvoegsel ge- -d, zonder -d omdat de stam al op -d eindigt
  • vervoeging van wennen: de stam met omvoegsel ge- -d [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gewend gewender gewendst
verbogen gewende gewendere gewendste
partitief gewends gewenders -

Bijvoeglijk naamwoord

gewend [2] [3]

  1. door voortdurende ervaring vertrouwd [4]
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Jong gewend, oud gedaan
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: wennen…
geen verbogen vorm

gewend

  1. voltooid deelwoord van wennen
  2. vormt de voltooide tijden
     Ik was altijd gewend in de bergen hoge, leren bergschoenen te dragen maar ditmaal had ik gekozen voor lage trailrunner schoenen die erg licht waren en snel droogden.[5]

Werkwoord

vervoeging van: wenden…
geen verbogen vorm

gewend

  1. voltooid deelwoord van wenden

Werkwoord

vervoeging van: gewennen…
geen verbogen vorm

gewend

  1. voltooid deelwoord van gewennen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. gewend op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Afrikaans

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

  • gewend
  • gewend

Werkwoord

vervoeging van: gee
verbogen vorm: gewende

gewend

  1. onvoltooid deelwoord van gee
stellend vergrotend overtreffend
gewend
gewende
- -

gewend

  1. gewend