gematigd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·ma·tigd
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘niet overdreven’ voor het eerst aangetroffen in 1401 [1]
  • vervoeging van matigen: de stam met omvoegsel ge- -d [2]

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gematigd
verbogen gematigde
vervoeging van
matigen

gematigd voltooid deelwoord van matigen

  1. vormt de voltooide tijden
    • Na al die kritiek, heb ik me een tijdje gematigd. 
    • Het bedrijf heeft de beloning van bestuurders de afgelopen jaren flink gematigd. 
  2. vormt de lijdende vorm
    • De toon van het publieke debat moet gematigd worden. 
    • De lonen moeten gematigd worden om de kosten in de hand te houden. 
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gematigd gematigder gematigdst
verbogen gematigde gematigdere gematigdste
partitief gematigds gematigders -
  1. attributief gebruikt

Bijvoeglijk naamwoord

gematigd [3]

  1. matig, niet tot uitersten vervallend
    • De woningstichting heeft altijd een gematigd huurbeleid gevoerd. 
    • De warme Golfstroom zorgt hier voor een gematigd klimaat. 
    • In 1994 werden in een periode van 100 dagen honderdduizenden Tutsi's en gematigde Hutu's door extremistische Hutu-milities vermoord. 
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen