gemaakt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·maakt

Deelwoord

deelwoord
onverbogen gemaakt
verbogen gemaakte
partitief gemaakts
vervoeging van
maken

gemaakt voltooid deelwoord van maken

  1. vormt de voltooide tijden
    Hij heeft het gemaakt.
  2. vormt de lijdende vorm
    Het wordt gemaakt.
  3. attributief gebruikt
    Dit in China gemaakte product is erg populair.
  4. partitief gebruikt
    Iets met de hand gemaakts gaat er altijd wel in bij hem.
  5. bijwoordelijk gebruikt
    Zijn huiswerk gemaakt, veroorloofde hij zich een computerspelletje te gaan spelen.
Hyponiemen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen gemaakt gemaakter gemaaktst
verbogen gemaakte gemaaktere gemaaktste
partitief gemaakts gemaakters -

Bijvoeglijk naamwoord

gemaakt

  1. onecht, kunstmatig aandoend, onoprecht
    Zijn optreden is er alleen maar nog gemaakter op geworden.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Antoniemen
Vertalingen