Naar inhoud springen

aanstellerig

Uit WikiWoordenboek
  • aan·stel·le·rig
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen aanstellerigaanstellerigeraanstellerigst
verbogen aanstellerigeaanstellerigereaanstellerigste
partitief aanstellerigsaanstellerigers-
  1. zich te veel aanstellend
     Axel heeft zijn mondkapje afgedaan en foetert op de nog altijd te lakse regeringspolitiek en het aanstellerige volk dat nu al versoepelingen van de lockdown eist.[1]
     Soms liet hij één handje aanstellerig wapperen en riep: 'Hiehie!' Dat deed-ie als Jos zwak was in zijn ogen. Wanneer hij met voetbal door een bonkige tegenstander gemeen onderuit was geschoffeld.'Kom op, Jossie!' klonk het dan van de zijlijn.'Doorbijten.'[2]

aanstellerig

  1. zich aanstellend.
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. “Onder buren” (2021), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026356186
  2. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be