snedig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sne·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen snedig snediger snedigst
verbogen snedige snedigere snedigste
partitief snedigs snedigers -

Bijvoeglijk naamwoord

snedig

  1. van opmerkingen dat ze snel gemaakt worden en op de situatie van toepassing zijn
    • Toen de dierenactivist klaagde over de onmenselijke behandeling van varkens, maakte de boer de snedige opmerking dat varkens geen mensen zijn. 
Synoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.