snedig
Uiterlijk
- sne·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | snedig | snediger | snedigst |
| verbogen | snedige | snedigere | snedigste |
| partitief | snedigs | snedigers | - |
snedig
- van opmerkingen dat ze snel gemaakt worden en op de situatie van toepassing zijn
- Toen de dierenactivist klaagde over de onmenselijke behandeling van varkens, maakte de boer de snedige opmerking dat varkens geen mensen zijn.
- ▸ Zo was Poulettes snedige journalistenjargon nu eenmaal en je moest niet lichtgeraakt zijn in haar gezelschap.[1]
- Het woord snedig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "snedig" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044625691 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be