Naar inhoud springen

nature

Uit WikiWoordenboek
  • na·tu·re

nature

  1. datief vrouwelijk  van natuur, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
  • van nature
aangeboren door de natuur gegeven
 Wat de koe vanzelf, of van nature doet, dat heeft de lezende mens volgens Nietzsche tegenwoordig afgeleerd.[1]
 Ik was - zowel door omstandigheden als van nature - een migrant in deze wereld, en mijn ervaringen waren inmiddels een geestesgesteldheid geworden.[2]
vervoeging van
naturen

nature

  1. (in een bijzin) aanvoegende wijs van naturen
    • ... dat men nature. 
  1. Paul van Tongeren
    “Nietzsche” (2020), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529407
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704


enkelvoud meervoud
nature natures

nature

  1. aard
  2. natuur
Naar frequentie 361


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  nature     la nature     natures     les natures  

nature v

  1. natuur
  2. aard