gasten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • gas·ten

Werkwoord

vervoeging van
gassen

gasten

  1. meervoud verleden tijd van gassen
    Wij gasten.
    Jullie gasten.
    Zij gasten.

Zelfstandig naamwoord

gasten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord gast


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
gastar

gasten

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van gastar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van gastar